Middenkoor
Neerbosch-Oost
Nijmegen
(c) JL
laatste update:
29-07-2017

 

Columns

Voor de website van De Goede Herder schrijven koorleden regelmatig columns.

Op deze webpagina worden deze columns bewaard.

Inhoud:

Een brief aan morgen
Wat muziek met mensen doet
Zomaar
God en macht
De verandering ben je zelf
Druk
Gezien de tijd waarin wij leven
De kracht om problemen en tegenspoed in het leven te overwinnen
Saamhorigheid
We zijn allemaal samen
Wat is tijd?
Etalage
Vertrouwen
Vroeger
We zijn nog meer Christen dan we denken!
Kredietcrisis, recessie, brengt het ons iets goeds?
Mayonaise en bier
Een sportieve zomer
De film van Geert Wilders
Voorstelbaar
Kleine wondertjes
Herinneringen aan Guatemala

Een brief aan morgen

Morgen is na vandaag.
Morgen is gisteren als het overmorgen is.
Morgen is vandaag nog toekomst, overmorgen is het verleden.
Morgen is nog open en onbeschreven, morgen is nog veranderlijk en flexibel.
Morgen is overmorgen gesloten en klaar, wat gebeurd is, kan niet meer ongedaan gemaakt worden.
Morgen is een belofte die je nog kunt waarmaken en die je de kans geeft om te doen wat je altijd al wilde doen.

Wat wil ik morgen doen? Morgen wil ik genieten van het leven en de liefde, morgen is een dag als alle andere dagen en het is goed om morgen te zien als een dag met elke keer nieuwe kansen.
Kansen om je partner te vertellen hoeveel je om hem geeft en dat je je leven met hem wilt delen, morgen en alle dagen daarna, om je moeder die herstelt na een operatie te vertellen dat je haar doorzettingsvermogen bewondert, om je vrienden te zeggen dat je van ze houdt en dat je zo blij met ze bent, om je broer en (schoon)zussen eens te laten weten dat je van ze houdt en ze graag ziet. Om je collega’s te laten weten hoe waardevol ze voor je zijn.

Iedere dag kun je denken:”Ach, dat komt morgen wel!” Morgen geeft je de vrijheid om af te wachten, om eerst die ander een stap te laten zetten. Morgen is ook de dag waarop jij het initiatief kunt nemen. In morgen ligt een verwachting, ligt de toekomst open en zijn de kaarten nog niet geschud.

Zorg dat je overmorgen geen spijt hebt van morgen, dan is morgen een goede dag geweest.



MC september 2011

 

naar boven

Wat muziek met mensen doet

Afgelopen Pinksterweekend vond in Nijmegen in park Brakkenstein weer de Music Meeting plaats. Het was zondag mooi weer dus waarom zouden we niet onder het genot van muziek uit allerlei windstreken de geest op ons neer laten dalen? Elders in het land vond PinkPop plaats. Tijdens het journaal werd aan de diverse concerten aandacht besteed en aan aanwezigen werd gevraagd of ze wisten wat Pinksteren eigenlijk betekende. Behalve op het EO festival voor de christelijke jeugd wisten maar weinigen daar een goed antwoord op te geven. Hoe belangrijk is dat? Is dat nodig om als fatsoenlijk mens door het leven te gaan? Nee, denk ik dan, al is enig historisch besef altijd nuttig. Want het draagt wel bij aan een beter begrip van hedendaagse zaken, al dan niet samenhangend met geloof of juist ongeloof.
Tijdens het bezoek aan de Music Meeting valt mij de altijd positieve sfeer onder de zeer grote diversiteit aan bezoekers op. Mensen van allerlei pluimage uit diverse culturen variërend van Suriname, Brazilie of Ivoorkust tot India, Korea of de Hollandse klei. Maakt niet uit, allen of juist gezamenlijk dragen ze bij aan een positieve sfeer. Het kan dus gewoon. Kennelijk maakt muziek iets in mensen los dat verbroedert, verzustert of zoiets als “vermenst”. De muziek leidt letterlijk tot mensen met een luisterend oor en met oog en respect voor de ander. Op het podium straalt dat duidelijk van de muzikanten af. Ze hebben er lol in. En het publiek ook. Het heerlijke weer en de kraampjes met lekker eten en drinken zullen daar ongetwijfeld ook positief aan bijdragen. Maar het is in essentie de muziek zelf die een ongelooflijke waarde heeft voor de mensen. Muziek kan helend werken (‘’zalvend” is weer wat overdreven), rust of troost brengen, begripvol zijn voor je situatie (je voelt je begrepen door de gezongen woorden) of het kan je doen uitleven door lekker te gaan dansen. Klanken kunnen zogezegd betoverend werken. Op de vraag wat neem je zeker mee naar een onbewoond eiland antwoorden velen: muziek, mijn iPod. Kennelijk denken mensen met muziek te overleven. Ik denk dat dat waar is zoals m.i. overigens ook humor dat kan doen. Ach, misschien niets nieuws allemaal, maar toch is het goed om af en toe eens stil te staan bij wat je los kunt maken met muziek. Zeker als je daar een actieve rol in hebt als muzikant of in het geval van Quintessens als koor of koorlid. Al is het raken van de juiste snaar niet altijd alleen maar een kwestie van muziek.

RK juni 2011

 

naar boven

Zomaar

’s Ochtends wakker worden, de zon piept door de gordijnen naar binnen en een vogeltje fluit weer terwijl hij uitrust op de rand van mijn balkonnetje. Echt zo’n moment om stil te staan bij waar je staat in het leven. Wat maakt me blij, wat maakt me verdrietig. Waar wordt ik boos van en wat vertederd me. Hoe draag ik mijn steentje bij aan een betere wereld. Zo’n moment net voordat je weer opgeslokt wordt door de waan van de dag en je kinderen, collega’s en anderen weer je aandacht opeisen. Ik neem me voor iemand blij te maken vandaag.

De waan van de dag begint. Mijn dochters roepen mama en ik ben dankbaar dat ze er zijn en ze kan helpen. Snel naar het werk. Ook daar vragen collega’s aandacht, hebben vragen. Ik kan ze helpen en dat maakt me blij. Snel weer naar huis.

Dan belt mijn buurvrouw aan. We zijn uitgenodigd om de volgende dag op verjaardagsvisite te gaan maar ze vertelt me dat dat niet door kan gaan. Ik zie dat ze aangeslagen is en vraag waarom.

Dan begint ze te vertellen dat haar collega betrokken is geweest bij het ongeval op de A50 waar op zaterdagochtend vroeg 2 auto’s frontaal op elkaar gebotst zijn. Haar collega is een vrouw, begin 30 die net haar eerste kindje heeft gekregen. Ik ben overdonderd omdat ook ik 2 jonge kinderen heb en er meteen allerlei consequenties van dit vreselijke ongeluk door mijn hoofd spoken. Ik nodig haar uit voor thee om het verhaal rustig aan mijn keukentafel te vertellen.

De zon, hoe misplaatst ook, blijft schijnen maar voor ons wordt het even donker aan tafel. Mijn buurvrouw vertelt verdrietig het verhaal verder maar tegelijkertijd zie ik het gezicht ook iets rustiger worden omdat ze haar verdriet deelt. Na afloop bedankt ze me dat ze haar verhaal mocht vertellen en ik voel me dankbaar dat ze dit met mij heeft willen delen. Ik blijf achter met een gevoel van verdriet om een verlies wat niemand ooit echt kan bevatten en tegelijkertijd vreugdevol omdat je een luisterend oor mocht lenen.

Of ik nu iemand blij gemaakt heb weet ik niet. Maar ik had wel het gevoel dat ik een lichtje heb mogen uitdragen door er voor een ander even te zijn. Als we dat nu allemaal eens dagelijks deden….dan zou de wereld toch altijd een mooie plaats zijn voor iedereen? Is dat niet wat Jezus bedoeld heeft?

AB april 2011

 

naar boven

God en macht

Voor mensen die iets bijzonders bereiken in de sport, muziek, politiek of zakenleven is er veel respect. Ergens in uitblinken betekent dat men ergens beter in is dan andere mensen. Wat is de drijfveer geweest van mensen die bijzondere prestaties hebben bereikt? Hebben zij gehandeld uit eigenbelang en wilden zij zich onderscheiden van andere mensen? Dienen mensen met grote prestaties alleen zichzelf of ook anderen?

Oereconoom Adam Smith gaf in zijn boek “wealth of nations” aan dat mensen hun eigen belang en hun eigen winst mogen optimaliseren. Door het eigen belang na te streven zorgen wij als mensheid gezamenlijk voor hoge welvaart van ons allen. Om mij heen kijkend in de maatschappij zie ik echter ook de schaduwzijde van het eenzijdig nastreven van individueel eigen belang. Er is veel sociaal onrecht in de wereld, natuurlijke hulpbronnen raken op en de diverse soorten dieren en planten sterven uit. Moeten wij ons streven naar macht daarom onderdrukken?

Laten wij eens kijken hoe dieren met macht om gaan. Charles Darwin heeft het in zijn evolutietheorie over het recht van de sterkste. Bekend is de discussie over de bron van de rijkdom van de natuur: evolutie of God. Voor mij is dit overigens nooit een thema geweest: als evolutie in staat is om tot zulke bijzondere schepsels te komen waarvan de wereld vol is: wie heeft dan de evolutie gecreëerd? Dat moet wel God zijn.

Ik realiseer me dat er ook hele inspirerende voorbeelden van menselijke machtsuitoefening is. Helden die dictators weten te verdrijven gebruiken macht voor het welzijn van anderen. Brandweerlieden die anderen redden met gevaar voor eigen leven. Maar ook ouders die hun macht gebruikt om hun kind te beschermen.

Macht heeft dus, net als geld, twee kanten. Aan ons dus de keuze. Het verschil zit misschien in het vermogen om in contact te zijn met andere mensen en met onze Richtinggever.

WM maart 2011

 

naar boven

De verandering ben je zelf

Zaterdag 1 januari 2011, 11 uur ‘s ochtends. Met de slaap nog in de ogen zit ik in de Goede Herderkerk, om de nieuwjaarsviering muzikaal op te luisteren met het koor Quintessens. Voorgangster: Zr. Marlies Heijbers. Haar overweging raakte me, en aangezien de kerk niet helemaal vol zat wil ik graag de boodschap die zij bracht hier nogmaals verwoorden.

Bij een jaarwisseling kijken mensen terug op het afgelopen jaar en vooruit naar het nieuwe jaar. De wijze waarop je terugkijkt, is sterk afhankelijk van je persoonlijke situatie. Het maakt nogal veel uit of je net verliefd bent, in een scheiding ligt, in goede gezondheid verkeert of ernstig ziek bent. Deze omstandigheden bepalen je blik op het afgelopen jaar en de hoop die je koestert voor het nieuwe jaar. Een constatering die als een paal boven water staat. Een eye-opener vond ik het feit dat je zelf de hoofdrolspeler bent in die situatie: jijzelf bepaalt hoe je omgaat met de omstandigheden, jij hebt de mogelijkheid om iets te maken van het komende jaar. Het voelt vaak alsof alles je overkomt. Maar door het heft in eigen hand te nemen, voel je je sterker. Ik geloof dat je met deze kracht vanuit jezelf ook werkelijk iets teweeg kan brengen, zowel in je eigen situatie als in je omgeving.

Kracht kun je ook halen uit de kinderen in je omgeving. Kinderen hebben vaak een hoopvolle kijk op de wereld, zij zien de mooie dingen waar volwassenen vaak overheen kijken. Heb je zelf geen kinderen of kleinkinderen? Geen nood, er is altijd nog het kind in jezelf. Iedereen draagt in zijn hart nog die open blik op de wereld met zich mee, vol hoop op alles wat nog voor ons in de toekomst verborgen ligt.

Het nieuwe jaar kun je toch niet beter beginnen dan met zo’n mooie, hoopvolle boodschap. Graag wil ik daar onderstaand citaat aan toevoegen, dat de boodschap als levensmotto goed samenvat:

“Wees de verandering die je in de wereld wil zien” Mahatma Ghandi

JL januari 2011

 

naar boven

Druk

Met de vakantie net achter de rug, de scholen weer begonnen en iedereen weer gewoon aan het werk, lijkt het wel of iedereen, inclusief mijzelf, het direct weer ‘druk’ heeft.
Als er gevraagd wordt naar hoe de vakanties waren, zeggen mensen vaak dat het al weer zo lang geleden lijkt en dat het zo snel voorbij gaat. De drukte keert weer terug en weg is de ontspanning, het niets moeten van de vakantie.
Ik heb weer zin om te werken en ook zin in alle sociale dingen, zoals etentjes met en verjaardagen van vrienden en familie, straks de gezellige decembermaand met Sinterklaas en Kerst.
Het enige wat ik me nu afvraag is, hoe ik ervoor kan zorgen dat ik niet die drukte ga ervaren die hiermee gepaard gaat. Hoe zorg ik ervoor dat ik de rust en ontspanning bewaar die ik in de zomervakantie ervaar?
Natuurlijk kun je zeggen dat in de zomer de zon een grote rol speelt bij het ontspannen gevoel, maar in de herfst kun je genieten van het rustgevende geluid van de regen tegen het raam, een kop thee en wat lekkers erbij. Dus nee, dat hoeft niet het excuus te zijn om de ontspanning buiten te sluiten.
Wat dan wel? Al het moeten, dat ik mezelf opleg, het voortdurend denken aan dat wat nog af moet, het werk dat er nog ligt en nooit klaar lijkt, dat maakt het moeilijk om rust te vinden.
En daarom is het heel fijn, dat het koor weer is begonnen, want dat betekent dat ik weer regelmatig mag genieten van een moment van rust; op zondagochtend in de kerk. Gewoon dat ene uurtje genieten van het niet bereikbaar zijn en niet hoeven nadenken. Op die manier lijkt het wel, alsof ik op zondagochtend altijd een beetje op vakantie ben.
Ik hoef van mezelf niet na te denken over dat wat nog moet als ik in de mis zit. Ik hoef er alleen maar te zijn. Juist door de rust van die zondagochtend heb ik in mijn hoofd en lijf de rust en de ontspanning om te denken aan de mooie dingen van het leven; dat wat er is en nog komen gaat.

MC september 2010

 

naar boven

Gezien de tijd waarin wij leven

Gezien de tijd waarin wij leven, met zoveel intolerantie lijkt mij onderstaand gedicht erg toepasbaar. Ik denk dat wij als geloofsgemeenschap met zo’n gebouw heel goed bezig zijn zoals in het gedicht is beschreven. Een ieder is welkom van welke afkomst en geloof dan ook en de deuren staan altijd open. Zelf hoop ik dat dit nog lang zo mag blijven.

Als zondags de klokken luiden rondom
Dan hoeven we eigenlijk niet te schromen
Om rustig in God’s huis samen te komen
Want iedereen is er altijd hartelijk welkom.

De deuren van de kerk staan wijd open
Om elkaar daar samen te ontmoeten
En ook om elkaar weer te begroeten
Iedereen mag zomaar naar binnen lopen.

Hoor de klokken op zondag luiden
Ten teken dat we worden verwacht
De klokken vragen onze aandacht
Dat willen de klokken ons beduiden.

Fijn, dat we telkens weer ongestoord
In alle vrijheid ter kerke mogen gaan
Voor de boodschap mogen openstaan
Met eerbied luisteren naar Gods woord.
FNMC

MC juli 2010

 

naar boven

De kracht om problemen en tegenspoed in het leven te overwinnen

Problemen en tegenspoed zijn onvermijdelijke aspecten van het menselijk leven. Ze maken deel uit van de realiteit, maar we moeten ons er niet door van de wijs laten brengen.
We kunnen leren onze levenshouding geleidelijk te veranderen en moeilijkheden gaan ervaren als vrede en gemak.
Iedereen probeert problemen te vermijden. Maar het is nu eenmaal een feit dat zich elke dag opnieuw weer andere problemen voordoen.
Het gaat erom anders naar problemen te kijken.
Problemen en tegenspoed hebben vaak een positieve functie in het leven. Ze kunnen ertoe leiden dat we onszelf diepgaand veranderen.
Prachtig uitgangspunt en ook hoopvol.
Maar hoe kunnen we dat waarmaken met ons eigen leven?
Hoe kunnen we een sterk geloof behouden ten tijde van problemen?
Twijfel is in deze een geduchte vijand. Deze negatieve levensstaat beïnvloedt onze overtuiging en maakt het moeilijk om een sterke beslissing te nemen.
Wat is de sleutel om te overwinnen? Er zijn twee belangrijke dingen die we in gedachten moeten houden.
Ten eerste een regelmatige dagelijkse beoefening. Als we ons elke dag een paar kleine doelen stellen, en dan op basis van gebed daar positieve resultaten van zien, wordt ons geloof versterkt door de aangroei van kleine tekenen van voorspoed of daadwerkelijk bewijs. We kunnen dan rekenen op een sterke levenskracht op het moment dat we die nodig hebben.
Zonder dergelijke persoonlijke ervaringen wordt het heel moeilijk om geloof te hebben als je door grote moeilijkheden wordt overspoeld.
Ten tweede is er steun en aanmoediging nodig vanuit de geloofsgemeenschap waarvan je deel uitmaakt. Sommige problemen hebben meer tijd nodig om op te lossen dan andere en moet je meer geduld hebben.
Soms kun je volledig in beslag worden genomen door je probleem. In die situatie is de steun van mensen om je heen van cruciaal belang.
Als er maar één persoon in je buurt is die erin gelooft dat je dat probleem zult overwinnen, en die gedachte niet opgeeft, kan dat al de aanzet zijn dat je overtuiging terugkomt en je weer geïnspireerd wordt om door te zetten.
Hoe dan ook, geloof wordt zichtbaar in het dagelijks leven.
Daarin ligt ook de kracht van de waarlijk grote spirituele figuren:hun gedrag als mens.
Laten we onze eigen unieke levenstaak vervullen en daadwerkelijk bewijs leveren in ons dagelijks leven, in onze familie, op het werk en in de samenleving.

GvdR mei 2010

 

naar boven

Saamhorigheid

Samen ergens naar toe werken. Quintessens wilde graag een keer iets anders. Niet meer mee doen aan een festival maar toch een nieuwe uitdaging. Iets wat ook dicht bij Quintessens ligt. Voor Quintessens was dit het werken met passie naar een concert.
Onze dirigent en pianist werden opgezadeld met extra “thuis”werk. Zij hebben naast hun werk, gezin en ander vrijwilligers werk toch maar weer tijd vrijgemaakt voor dit concert. En ook onze vaste violist heeft extra gerepeteerd.  
Naast het muzikale ensemble diende er een organisatiecomité te komen. Wie gaat wat doen?  De groep van Quintessens is ook niet groot, maar wel in het bezit van zeer verschillende mensen met verschillende talenten. Een ieder met een eigen kwaliteit. Een klein groepje enthousiaste koorleden komt bij elkaar.
De aarzeling van het begin ‘gaat dit ons lukken’ wordt gaandeweg vervangen door . verbazing. Verbazing over de voorstellen en de realisatie van deze voorstellen. Zo zijn er prachtige folders gemaakt en één ieder lid is deze gaan verspreiden over Nijmegen. De publiciteit folders, posters, De Gelderlander en de persoonlijke werving door Quintessens-leden hebben er voor gezorgd dat er niet alleen parochianen op het concert zijn af gekomen maar ook vele anderen. Ruim 160 bezoekers hebben het concert bezocht.
Met veel plezier hebben wij, Quintessens, samen met Kwartet 60 een prachtig concert gegeven. De saamhorigheid die Quintessens als groep heeft was zeker terug te horen in de muziek.  De reacties van het publiek waren geweldig.
We mogen trots zijn op deze geslaagde activiteit in onze parochie. Met dank aan iedereen die hier een steentje aan bij gedragen heeft.

ED maart 2010

 

naar boven

We zijn allemaal samen

Ingrediënten: 70 jongeren (leeftijd 11 – 30 jaar), 1 bijbelverhaal (dit jaar Mozes), 1 weekend. Voeg daarbij een flinke dosis creativiteit en improvisatie en je krijgt een spetterende theatervoorstelling met live muziek waar het enthousiasme vanaf straalt.

Elk jaar is het weer een hoogtepunt. Dat ene weekend dat je met een hele groep mensen werkt aan een theatervoorstelling. Het weekend begint met slechts een idee en een hoop enthousiasme. Jongeren tussen de 11 en 20 jaar worden uitgedaagd om mee te werken door middel van spel, muziek, zang, decor of video. De ‘oudere’ jongeren van 20 t/m 30 jaar begeleiden hen hierbij. Een gouden formule die zorgt voor een leuk weekend voor alle aanwezigen en veel onderling contact.

Tijdens de voorstelling sta ik met een vriendin stiekem vanachter de band mee te kijken. We krijgen kippenvel van de muziek en het theaterspel. Anderen komen aanlopen en steken hun duimen op: het is ons weer gelukt. We swingen mee op de live muziek. Een jongetje van 11 jaar speelt trots een intro op een lied, solo. Hij wordt daarbij aangemoedigd door de rest van de band, die 10 jaar ouder en zeker zoveel meer ervaren zijn. We lopen vervolgens snel naar achter om ‘onze’ jongeren op te vangen na hun uitvoering. Ze deden het goed! Vergeten tekst werd vakkundig onderling opgevangen en de humor zorgde voor veel gelach.

Wat maakt dit weekend nou zo verslavend? Het is een andere vorm van kerk-zijn. We kijken kritisch naar een Bijbelverhaal, proberen de achterliggende gedachte eruit naar voren te halen en vertalen dit naar ons eigen leven. De muziek benadrukt dit nog eens. Maar boven alles regeert het gevoel: wij hebben deze voorstelling samen gemaakt. Iedere aanwezige voelt zich onderdeel van een groter geheel, waarbij ieders eigenheid en eigen bijdrage merkbaar aanwezig zijn. Mensen kunnen zichzelf zijn en genieten volop.

Het meest bijzondere was voor mij de opening van het stuk. Een filmpje laat zien hoe Mozes door zijn moeder in een mandje wordt gedaan en in het water gelaten wordt. Een prinses vindt de baby. En de baby in het filmpje? Dat is mijn nichtje: 5 weken oud en nu al de hoofdrol. En ik voel hoe iedereen samen met mij trots is op haar.

JdG 02 februari 2010

 

naar boven

Wat is tijd?

Gek is dat: we kunnen allemaal klokkijken, maar wat tijd nu precies is …tja. De knapste koppen hebben hun hoofd gebroken over deze mysterieuze vierde dimensie, maar hoe meer ze onderzochten hoe mysterieuzer het fenomeen lijkt te worden.

Tijd beweegt zich voort in een richting, een verouderingsproces. Bewijs hiervan zijn onze lichamen, spullen en de ons omringende natuur. Op niveau van materie is tijd een duidelijk te meten grootheid.

Toch blijkt dat niet helemaal waar. Je kunt dat ervaren op het niveau van de geest, waar gedachten en gevoelens sneller reizen dan het licht. Het is een bekend feit dat we in dromen, gebeurtenissen die op materieel niveau dagen of maanden duren, comprimeren tot enkele ogenblikken. Mensen die een bijna-doodervaring hebben gehad, beschrijven ook dat hun leven in no time aan hen voorbijflitste. Het lijkt erop dat onze niet-materiële kant – de ziel, de geest – buiten tijd en ruimte staat.

Langzamerhand zijn we slaaf geworden van de tijd. Vrijwel iedereen heeft het tegenwoordig druk en klaagt erover dat de tijd steeds sneller lijkt te gaan. We snakken naar momenten waarop we even uit de tijd kunnen stappen.

Wie regelmatig uit de tijd stapt (bijvoorbeeld door meditatie) gaat inzien dat –zoals Einstein het verwoordde – tijd en ruimte niet alleen omstandigheden zijn waarin we leven, maar vooral manieren waarop we denken. Als we op een andere manier gaan denken gaan we op een andere manier leven. Wie zichzelf identificeert met zijn of haar materiele en tijdelijke vorm blijft een gevangene van de beperkingen die het tijd-ruimtecontinuüm ons oplegt. Schakelen we over op een ander bewustzijn, een bewustzijn van hogere frequenties die sneller reizen dan de tijd, dan ervaren we het eeuwige en constante.

Tijd is dus reëel en bestaat op het niveau van materie, maar is een illusie op het niveau van de geest. Beide realiteiten zijn waar. Het is aan ons om te kiezen vanuit welke realiteit we vooral willen leven.

AD 9 november 2009

Bronnen ‘Het helaal, verleden en toekomst van ruimte en tijd’ Stephen Hawking, uitgeverij Bert Bakker. ISBN 9789035117839

 

naar boven

Etalage

Er zijn momenten dat je denkt: in wat voor wereld leven we? Zo hoorde ik dat mensen die de schokkende televisiebeelden op Koninginnedag hadden gezien, nu een schadeclaim willen indienen bij de NOS. Hoe groot is die schade dan? Reken me dat eens voor!

We leven in een maatschappij waar iets pas aandacht krijgt als je het kunt uitrekenen: Zo zijn we pas naar het milieu gaan kijken toen er een prijskaartje aan kwam te hangen. En ook: een maatschappelijk thema wordt pas interessant als de kijkcijfers zeggen dat het zo is.

Het geldt echter ook voor het individu:
Als we ergens een besluit over nemen, willen we van te voren precies weten waar we aan toe zijn. Dit is zeker zo bij het besteden van ons goede geld. Wat krijgen we ervoor? Is de kwaliteit van het product wel OK? Dit zijn aanvaardbare vragen, maar helaas gaat het ook over het besteden van onze schaarse tijd: wat krijgen we er voor terug?

Zo stoppen mensen geen tijd meer in kerkbezoek. Een mogelijke verklaring uit bovenstaande: het is onduidelijk wat je er voor terug krijgt!

Mensen denken wel ”er is meer”, maar zoeken dat in andere, vaak individuele vormen. (soms duurbetaald, maar wel met een glossy folder waarin ze precies kunnen lezen wat ze ervoor krijgen…)
Misschien is dat wel ons probleem: de kerk heeft geen etalage waarin de mensen kunnen zien wat er “te koop” is. Dit impliceert dat we ook aan marketing zouden moeten doen; datgene wat de mensen het meest aanspreekt moeten we verder ontwikkelen.
Het leidt geen twijfel dat je daarmee volle (kerk)zalen trekt; daar zijn voorbeelden van.
Het houdt echter ook in dat we onze eigen beginselen zouden verloochenen: deze zouden niet meer leidend zijn…

Hoe nu verder?
Ik kan hier geen simpel antwoord op geven. Mijn idee is wel: We zullen ons juist niet moeten richten op mensen die van te voren willen weten wat ze ervoor terug krijgen. Dat is een van de peilers van ons geloof (en het woord “geloven”).
Het zal wel niet van deze tijd zijn om te verwachten dat mensen hun netten in de steek laten, het vinden van een eigentijdse variant hierop lijkt me echter een uitdagende opdracht!

BB 14 september 2009

 

naar boven

Vertrouwen

Mijn zoon komt enthousiast thuis van school: samen met zijn vriend heeft hij op school een waterproject bedacht en hiervan een filmpje gemaakt. Samen met nog 100 andere inzendingen is hun filmpje geselecteerd door het ministerie van Verkeer en Waterstaat om mee te dingen in een landelijke competitie. Ze krijgen de kans om hun project in Rotterdam te presenteren. Als ze winnen zou hun hele klas een geweldig dagje-uit aangeboden krijgen. Mijn zoon barst van het vertrouwen. Zijn vriend is wat sceptischer. Samen gaan ze aan de slag. Ze roepen de kennis in van enkele Quintessens-leden en een Natuurkunde docent. Geleidelijk neemt de presentatie concretere vormen aan. Het enthousiasme van mijn zoon steekt ook zijn vriend aan, en mij. Eigenlijk is er voor ons geen twijfel meer: ‘we gaan die prijs winnen’. Ook bij hun docent begint het wat te kriebelen: het zou toch niet waar zijn, ‘haar klas’! Enkele dagen later is het zover: de hele klas gaat mee om hen aan te moedigen. ’s Middags krijg ik een SMS: ‘Gewonnen’. Ze zijn de held van de klas, de staatssecretaris deelt de prijs hoogst persoonlijk uit. Ik ben apentrots en denk: vanwaar dat vertrouwen en die gedrevenheid?

Op weg naar de wekelijkse repetitie van Quintessens word ik gebeld. Ik heb dienst en er is een ernstig zieke zwangere vrouw op de eerste hulp, de eerste gegevens wijzen op een dodelijke ziekte. Ik draai de auto om en ga naar de eerste hulp. Ik tref een hulpeloos echtpaar aan. Plotseling hoor ik mezelf zeggen: ‘Het komt goed!’ Ik schrik er eigenlijk zelf van. Ik zie hoop verschijnen in hun gezichten. Ik heb echter geen enkel objectief gegeven dat deze hoop ondersteunt. De jonge vrouw wordt opgenomen. Samen met een team van collega’s werken we hard aan de diagnose en behandeling. Er groeit een band tussen mij, de patiënte en haar echtgenoot. Ondanks tegenslag merk ik een sterk vertrouwen in de goede afloop. Uiteindelijk knapt mevrouw op. Twee weken geleden belt ze me op: ‘We hebben een gezonde zoon’. Overweldigend!

Maar waar komt toch dat vertrouwen vandaan?

GR 6 juli 2009

 

naar boven

Vroeger

Toen we jong waren, leerde niemand ons hoe we moesten lopen. We waren trouw aan onze eigen aard en leerden het onszelf. Maar toen we ouder werden, wilden ouders, leraren controle over ons hebben. We werden boos en raakten het contact kwijt met onze ware natuur. Meningen en gedachten van anderen gingen ons steeds sterker beïnvloeden. Deze werden onze nieuwe identiteit en de enige werkelijkheid die we kennen. Hoe komen we erachter wie we werkelijk zijn als we zo vast blijven houden aan onze vergissingen en overdreven hechten aan bezittingen?
Zijn we dan zo dom dat we dit niet beseffen? Waarschijnlijk.
Het enige echter dat deze “domheid” bewijst, is dat we mensen zijn.
Goed en slecht bestaan omdat we menselijk zijn. Daaraan is niets verkeerd.
In ons innerlijk beoordelen we ons leven. We zien wat goed en slecht is. We denken dat we alles positief moeten maken om gelukkig te worden, maar dat hoeft helemaal niet. Je bent gewoon wie je bent; goed noch slecht.
We hebben altijd een keuze. De keuze om negativiteit in voorspoed te veranderen.
Als we een omstandigheid als negatief blijven beschouwen en als zodanig accepteren, voelen we ons verschrikkelijk.
Dit is een kans om onze kracht als mens te bewijzen. Juist in momenten van negativiteit kun je je realiseren dat er ook een andere mogelijkheid is; om eigenwaarde aan te leren, je leven te waarderen, jezelf te respecteren, ook als iets mislukt. En al mislukt het daarna weer, probeer het opnieuw, gá ervoor en waardeer het dat je het opnieuw probeert.
Houd van jezelf als je je schaamt. Je bent het mooiste dat ooit op aarde is gekomen.
Tot dit besef zul je niet komen via je hoofd.
Besef is een kwestie van je durven openen, durven ervaren; een zaak van je hart.
Dat ook jij hiertoe in staat bent, is een kwestie van geloof. Leer erop te vertrouwen dat je dit geloof kunt ontwikkelen. Daarvoor is volharding benodigd. Zoek daarbij steun.
Een geloofsgemeenschap kan die steun bieden. Je kunt dan samen met anderen bidden.
Bid er voor dat je geen oordeel over jezelf hebt. Dat je geen oordeel over de ander hebt.
Bid voor het geluk van de ander. Juist als je moeite hebt met die ene persoon: bid voor hem of haar.
We hoeven niets aan de ander te veranderen. We hoeven ook niet uit te zoeken wat we aan onszelf moeten veranderen.
We hoeven alleen maar aan de oppervlakte te brengen hoe fantastisch ons leven is.

GvdR

 

naar boven

We zijn nog meer Christen dan we denken!

Nederlanders zijn ook Calvinisten, zo heet het sober, somber en ingetogen. Maar is Nederland nog wel zo Calvinistisch of Christelijk? Is het niet één grote partytent waar de psalmen allang zijn verdreven door hiphop en zorgeloze Sky radiomuziek.? Het individu is het middelpunt en niet Jezus Christus. Hij die ons het voorbeeld gaf in de zorg voor de zwakkeren.

Nederland werd tot in de zestiger jaren van de 20ste eeuw gezien als een van de meest religieuze Europese landen. Dit kwam onder andere door het feit dat de kerk van de gelovigen zelf is. Als die ontevreden waren – dat gold met name voor de protestanten – scheidden zij zich gewoon af om een nieuwe kerk te beginnen. Zo hielden de lidmaten een sterke binding met hun eigen kerk.

Sindsdien is de maatschappij rol van religie sterk afgenomen. Maar een historicus ziet de sporen nog overal. Zelfs op plaatsen waar je ze het minst vermoedt, zoals op de commerciële televisie. Bij een programma als ‘Hart voor Nederland’, waarin Wendy van Dijk de wensen van arme of hulpbehoevende Nederlanders vervulde. Of bij René en Natasja Froger, die een maand lang van een minimuminkomen moesten leven. De inzamelingsactie voor de voedselbanken was een enorm succes.

Er zijn nog lichtpuntjes in dit consumptie maatschappijparadijs!

AD 19 januari 2009

 

naar boven

Kredietcrisis, recessie, brengt het ons iets goeds?

Aan de dreiging van een economische crisis kun je nauwelijks nog ontkomen. De media staan er vol van. Als je baan op de tocht komt te staan of je je huis wilt verkopen kan je dat slapeloze nachten opleveren. Zeker als je de verantwoordelijkheid draagt voor een gezin. Alvorens te trachten de huidige ontwikkelingen in een positief perspectief te plaatsen, wens ik alle mensen met (geld-)zorgen een stuk optimisme en vertrouwen toe, vertrouwen in jezelf en in je medemens. We zijn allemaal samen.

De kredietcrisis zet mij aan het denken. Ik heb geen antwoorden, maar vele vragen. Heeft onze collectieve hebzucht ons zo ver gebracht? Wat is hebzucht eigenlijk? Is het niet een peiler onder het kapitalisme, dat ons toch ook zoveel welvaart heeft gebracht? Waarom wil ik zelf mooie dingen hebben? Waarom kan ik er meer van genieten als het van mij is in plaats van van de buurman? Hoeveel meer heb ik eigenlijk dan mijn ouders of grootouders hadden? Hebben we niet met zijn allen een situatie bereikt waarin we ongelooflijk afhankelijk zijn van elkaar? Afhankelijk van de Chinees die onze spullen maakt, van de boer in het buitenland die ons voedsel verbouwt, afhankelijk van de Amerikaan die op grote voet leefde en wie wij de schuld geven van de crisis?

Ik heb daarnaast ook enkele antwoorden, waarvan ik de vraag niet weet. Ik kom thuis om van de spullen, ik schrik er van wat wij allemaal weggooien en de natuur dreigt te verstikken. De kerk is leeggestroomd en ik voel me eenzaam. Op de radio hoor ik een oud liedje van Ramses Shaffy dat me plotseling raakt:

Voor degene met de slapeloze nacht
Voor degene die 't geluk niet kan beamen
Voor degene die niets doet, die alleen maar wacht
Moet nu weten, we zijn allemaal samen
Voor degene met z'n mateloze trots
In z'n risicoloze hoge toren
Op z'n risicoloze hoge rots
Moet nu weten, zo zijn we niet geboren

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

Zouden meer mensen met dergelijke gevoelens rondlopen? Zal de crisis een ons dan toch verder helpen op weg naar……??? Heb ik een glimp opgevangen van het paradijs dat ooit gaat komen? Wat ga ik doen?

WM 24 november 2008

 

naar boven

Mayonaise en bier

Ik ben wel iemand, die van betekenisvolle teksten houdt: een liedtekst, artikel of boekcitaat waarvan ik denk: ja, dat is zo. Het volgende sluit mooi aan bij het leren van mijn kinderen op school, het zandstrand aan de Noordzee in de voorbije vakantie en mijn voorliefde voor mayonaise.
Wanneer dingen in je leven haast teveel voor je worden, wanneer vierentwintig uren in een dag voor jou niet genoeg zijn, denk dan aan de mayonaisepot en het bier.
Een leraar stond voor de klas. Er stonden allerlei dingen voor hem op zijn bureau. Toen het lesuur begon, pakte hij zonder woorden een grote, lege mayonaisepot en deed hem vol met golfballetjes.
Toen de pot tot de rand gevuld was, vroeg hij de jongeren of de pot vol was. Ze zeiden: “Ja.” Toen pakte de leraar een doos met kleine kiezelsteentjes en goot die uit in de pot. Hij schudde de pot een beetje en de steentjes rolden in de open plekjes tussen de golfballetjes. Toen vroeg hij zijn leerlingen opnieuw of de pot vol was.
Ze beaamden het. Nu pakte de leraar een doos met zand en goot hem uit in de pot. En natuurlijk, het zand vulde alles verder op. En weer vroeg hij of de pot nu vol was. Weer zeiden ze: “Ja, nu is de pot vol.”
Daarop nam de leraar twee blikjes bier van tafel, maakte ze open en goot ze leeg in de pot. En het bier vulde de ruimte tussen de zandkorrels. De jongeren lachten.
Toen het weer rustig was, zei de leraar: “Deze pot staat voor je leven. De golfballetjes zijn de belangrijke dingen in de leven: je familie, je kinderen, je gezondheid, je vrienden, je grootste hobby. Het zijn de dingen die zo belangrijk voor je zijn, dat wanneer al het andere in je leven er niet meer zou zijn, maar deze nog wel, je leven nog steeds meer dan genoeg de moeite waard zou zijn. De kiezelsteentjes zijn de andere dingen die er toe doen, zoals je werk, je huis, je auto. Het zand is al het andere, de kleine dingen. Wanneer je het zand eerst in de pot doet en je dus al je tijd en energie geeft aan de kleine dingen, zul je nooit ruimte of tijd hebben voor de dingen die echt belangrijk voor je zijn. Speel met je kinderen. Neem tijd om naar de dokter te gaan wanneer je je niet goed voelt. Neem je partner mee uit eten. Neem tijd voor ontspanning, je hobby, je vrienden. Er zal altijd tijd zijn om je huis te poetsen, boodschappen te doen, je zorgen te maken en je te ergeren. Zorg eerst voor de golfballetjes, de dingen die er echt toe doen. Stel je prioriteiten - de rest is zand. En er is altijd ruimte voor een paar biertjes."

GvH 29 september 2008

 

naar boven

Een sportieve zomer

De zomer van 2008 heeft als belangrijkste kenmerk de sport. Het begon allemaal met het EK-voetbal. Gevolgd door evenementen als Wimbledon (tennis) en de Tour de France.
Ook op regionaal gebied komt de sportieve mens aan zijn trekken in de Nijmeegse vierdaags en de fietsvierdaagse. Deze fietsvierdaagse presenteert dit jaar voor het eerst thematochten. Je kunt kiezen uit culinair, natuur en cultuur.

Ik zou graag een vierde thematocht willen toevoegen, namelijk kerkdorpen. Vele landgenoten bezoeken tijdens de vakantie in het buitenland een Kerk of Kathedraal. Dit kan ook in en rondom Nijmegen.
Wat dacht u van de zes kerkdorpen waaruit de gemeente Ubbergen bestaat. Laten we eens op weggaan. De tocht gaat door Ubbergen-Hoog en door Het Laag, de mooie Ooijpolder.

Stap op de fiets en bepaal u eigen route door de dorpen: Ubbergen, Beek, Leuth, Ooij, Kekerdom en Berg en Dal.

Enkele bijzondere kerkjes die u tegen gaat komen zijn:
1. Het schilderachtige middeleeuws witte kerkje van Ubbergen met daarom heen een begraafplaats.
2. Het 15e eeuwse kerkje van Persingen op zijn terp.
3. De Laurentiuskerk (9e eeuw) liggend op een terp maar buitendijks, waardoor zij bij hoogwater toch last heeft van natte voeten.
4. In Beek de RK Bartholemeuskerk met het Lindsenorgel en daar tegenover de Hervormde Kerk met zijn Romaanse Toren.
5. In het plaatjes Ooij staan twee kerken. De RK kerk aan de Kerkdijk en de middeleeuwse dorpkerk. Halverwege de 19e eeuw verbouwd tot pastorie en nu in gebruik als woonhuis.

Ik wens u veel plezier tijdens de fietstocht.

AD 4 augustus 2008

 

naar boven

De film van Geert Wilders

“Ik zie het probleem niet.
Als je die film niet wil zien, dan kijk je niet.
Wil je hem wel zien dan kijk je wel.
Ik ben het niet eens met Wilders laat ik dat voorop stellen, maar blijkbaar zijn er genoeg mensen die de film willen zien, waar doen we dan zo moeilijk over.
We horen te leven in een vrije maatschappij en daar moet iedereen toch kunnen kijken naar wat hij wil.”
Het bovenstaande is typisch een standpunt van een iemand die bang is om zijn mening te geven. Maar ook de minister-president komt niet verder dan het politiek correcte antwoord. “Wij betreuren het dan ook dat de heer Wilders deze film naar buiten heeft gebracht. Wij zien niet welk doel deze film dient, anders dan het kwetsen van gevoelens.” Misschien mogen we van de politiek niet meer verwachten.
Toch begin ik me zorgen te maken over de maatschappij als ik deze standpunten lees in de media. En mijn zorgen worden nog meer versterkt door de enquête van ‘Een Vandaag’. Volgens deze enquête blijkt dat een grote meerderheid van de Nederlanders vindt dat er veel ophef is gemaakt om niks. En volgens dezelfde enquête was 44 % van Nederlanders het eens met de stelling dat de Islam uit is op de vernietiging van de Westerse beschaving.
Daarom wil ik U de vraag stellen: Kunnen wij het wel laten bij deze standpunten? Of dienen wij ook te beseffen dat de consequenties van de film eigenlijk veel verder gaan dan enkel het kwetsen van moslims en de beeldvorming over Nederland. Nederland stond altijd voor principes zoals plicht voor respect voor de medemens, non-discriminatie, ingetogenheid, tolerantie, rationaliteit en nuchterheid. Deze zijn de laatste jaren helaas onderhevig aan spot, ze verloederen ongehinderd, en worden zo langzamerhand vergeten. Dit waren toch de waarden die Nederland sierden en de duurzaamheid garandeerden...?

AD 7 april 2008

 

naar boven

Voorstelbaar

Ik vind het leuk om naar de radio te luisteren. Meestal in bed voor het inslapen, maar ook wel eens overdag. Favoriete programma: Langs De Lijn, op Radio 1, met veel live voetbalverslagen. Het lukt de commentatoren vaak fantastisch om de bewegingen op het veld zo te verwoorden dat ik mij kan voorstellen hoe het wedstrijdbeeld eruit ziet. Van mijn vrouw kreeg ik onlangs een nieuw mobieltje. Handig om waar dan ook mee te bellen, maar het leukste van het dingetje vind ik de ingebouwde MP3-speler en… de FM-radio. Kan ik plaatsonafhankelijk de verrichtingen van NEC volgen, ook via de huiselijke radio Nijmegen 1.
Misschien is de vrijheid van eigen beelden kunnen maken over het besprokene het meest aantrekkelijke aspect van naar de radio luisteren. Radio 1 is een bron van informatie over sport, de wereld ver weg en dichtbij, cultuur, kunst, muziek. Van alles komt mijn bewustzijn binnen. Zoals Pim van Lommel, die geïnterviewd werd over zijn boek ‘Eindeloos bewustzijn’, een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring. Hij was van 1977 tot 2003 als cardioloog verbonden aan het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. In zijn werk kwam hij al gauw in aanraking met mensen, die na een succesvol bestreden hartstilstand vertelden over een nieuwe wereld, een nieuw bestaan, een nieuw bewustzijn. Een tunnel, helder wit licht, rust, muziek, een prachtig landschap, bloemen, kleuren en geuren, een volmaakt vredig en gelukkig gevoel dat oneindig duurde en geen plaats kende, met een samensmelting van verleden, heden en toekomst. Alsof zij een inkijkje in de hemel mochten hebben. Van Lommel raakte gefascineerd door het idee dat ons bewustzijn blijkbaar niet ophoudt als onze hersenen (even) niet meer functioneren. Hij zegt dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat ons bewustzijn ook los van ons lichaam ervaren kan worden. Immers, bij een hartstilstand is er geen sprake meer van bloedtoevoer naar de hersenen, waardoor ons normale bewustzijn ophoudt. Op basis van de bijna-dood ervaring (BDE, volgens Van Lommel beter: ‘nabij-de-dood’ ervaring) ontstond het idee van een niet plaatsgebonden en eindeloos bewustzijn. Er is geen begin en er komt nooit een eind aan ons bewustzijn. Daarom zouden we serieus de mogelijkheid moeten overwegen dat de dood, net als de geboorte, slechts een overgang kan zijn naar een andere staat van bewustzijn en dat tijdens het leven het lichaam functioneert als een interface, zeg maar een doorgeefluik, het ‘ding’ waarmee wij bewustzijn kunnen ervaren.
Het is opmerkelijk dat een wetenschappelijk geschoolde ‘westerse’ arts zo over vastgestelde grenzen heen kijkt. Het sluit aan bij de denkbeelden van vele wijze en spirituele leermeesters. En dat vind ik interessant, de grote verbanden in de wereld, tussen mensen en hun denken, waar en wanneer dan ook. Net zoals tien verschillende veldspelers en een relatieve outsider als een doelman met welk spelsysteem en met welke tactiek dan ook een voetbalteam vormen.
Het boek spreekt blijkbaar veel mensen aan. Sinds het verschijnen afgelopen november is het al in de achtste druk verschenen. Ik heb er zojuist een begin mee gemaakt en alleen nog de inleiding gelezen. “Na een BDE beseft men dat iedereen en alles met elkaar verbonden is, dat elke gedachte invloed heeft op iemand zelf en de ander, en dat ons bewustzijn na de lichamelijke dood blijft bestaan. Men beseft dat de dood niet het einde is.”
Wordt het onvoorstelbare voorstelbaar? Benieuwd of Van Lommel God gaat noemen, en hoe.
Maar ja, wat doen we in de tijd dat wij ons lichaam hebben? Daar gaat een andere opvallende publicatie over, in boekvorm maar ook op DVD. Het eerste heb ik gelezen, het tweede nog niet gezien. De boodschap? De groten der aarde, zoals Plato, Galileo en Einstein wisten het al. In ieder van ons schuilt een verborgen kracht waarmee je wensen werkelijkheid kunnen worden. Dit Geheim is de wet van de aantrekkingskracht. “Alles wat op je pad komt, haal je zelf je leven binnen. Je trekt het aan door de beelden die je in je geest vormt. Het zit hem in wat je denkt. Wat zich ook in je geest afspeelt, je trekt het allemaal naar jezelf toe.” Als je iets wenst, denk er dan aan alsof het er al is. Voel het zo, en handel er zo naar. Onvoorstelbaar? Denk maar eens aan de uitdrukkingen ‘wie goed doet, goed ontmoet’, ‘doemdenkers roepen het onheil zelf over zich af’, ‘wat aandacht krijgt, groeit’. Jeetje, wat een mogelijkheden hebben we dan, als we zo ons eigen leven, ons eigen geluk kunnen scheppen door het te bedenken, door het voor te stellen. Maar wat is het moeilijk. Om als je pijn hebt, jezelf gezond te weten. Om als je opgeslokt wordt door drukte, werk, zorgen, je vrij te weten. Om als je je alleen voelt, je gekend te weten. De eigen ervaring maakt het wenselijke vaak onvoorstelbaar. Toch ga ik het proberen.
De verslaggever van Langs De Lijn ziet wel eens een doelpunt van ver aankomen. En de spits zelf heeft zijn mooiste doelpunt in de laatste minuut van de blessuretijd al vaak in zijn hoofd gezien. Het is er al, de ontsnapping van NEC. Onvoorstelbaar.

GvH 18 februari 2008

 

naar boven

Kleine wondertjes

Deze week was het dan eindelijk zover. Mijn eerste aardbeien van dit seizoen waren rijp. Is dat zo bijzonder zult u zich afvragen. Voor mij wel.
Vorig jaar heb ik een aantal aardbeiplantjes gekregen, ze moesten wel zo snel mogelijk de grond in. Dus op een grauwe, miezerige dag in het najaar, heb ik een stuk grond bewerkt en met veel liefde de kleine aardbeiplantjes geplant.
Dit voorjaar waren die heel kleine plantjes uitgegroeid tot forse aardbeiplanten, vol met mooie witte bloempjes, die langzaam uitgroeiden tot aardbeien.
Vorige week was ik met twee van mijn kinderen in de moestuin. Er hing één dikke rode aardbei tussen de groene aardbeien. Dat was een feestelijk, ja zelfs haast plechtig moment, waar we al een hele tijd naar hadden uitgekeken. We hebben de aardbei eerlijk gedeeld: ieder kreeg één derde aardbei, waar we intens van genoten.
Misschien genoten we van die één derde aardbei nog wel meer dan van al die bakken vol aardbeien die nog zullen volgen.
Waarom? Misschien wel omdat we het genot van die eerste aardbei met zijn drieën konden delen, samen genieten is tenslotte dubbel genieten.
Of misschien wel omdat die ene aardbei de vanzelfsprekendheid van de God’s schepping even aan de kant zet.
Op zo’n moment is een “simpele aardbei” een klein wondertje. Je realiseert je ineens weer wat er allemaal bij komt kijken vóór zo’n aardbei aan de plant hangt en wat er allemaal mis kan gaan. En dan kan één zo’n aardbei me ineens met grote dankbaarheid vervullen. Een gevoel om nog even vast te houden….

HP 9 juni 2006

 

naar boven

Herinneringen aan Guatemala

De film “Slumdog Millionaire” kreeg onlangs 6 Oscars uitgereikt. De film gaat over drie jongens uit de sloppenwijken in India. De kritiek op de Britse filmmakers was dat de jonge hoofdrolspelers uit die film nog steeds daadwerkelijk in de sloppenwijken woonden. Na de uitreiking van de Oscars beloofden zij dat er snel verbetering zou komen in de woonomstandigheden van de kinderen en hun families. Dit deed mij van de week denken aan het vrijwilligerswerk dat ik enige tijd geleden in Guatemala, een land in Zuid-Amerika, deed.
Maandagochtend negen uur in de file richting Utrecht. Langzaam schuiven de auto’s naast me voorbij. Ik denk terug aan een jaar geleden toen stond ik ook in de file. Het uitzicht verschilde echter van de polders die ik nu zie als ik in de verte kijk. Toen was mijn uitzicht de bergen, als ik geluk had. Veel vaker keek ik bovenop de donkere haardossen van de Guatemalteken die met mij opgepropt stonden in de bus die me naar mijn werkplek bracht. Vier weken lang was het mijn dagelijkse routine. In een oude Amerikaanse schoolbus een half uur heen en weer schommelend de bergen in. Daarna een half uur lopen naar het dorpje Santo Thomas hoog in de bergen. Een hele stoet volgde mij de eerste dag de berg op. Waar ik vandaan kwam en hoe lang ik zou blijven en of ik niet mee wilde eten bij hun thuis. Mijn doel was een dagopvang voor kinderen die te jong waren om naar school te gaan, opgezet door nonnen uit de grote stad. Sommige kinderen hadden geen ouders velen alleen een moeder omdat hun vader geld probeerde te verdienen in Amerika.
Toen ik de eerste ochtend door de golfplaten poort van de opvang stapte verschenen er uit verscheidene kamertjes nieuwsgierige kinderen die mij van een afstandje bleven bekijken. Die afstand werd de volgende dag al vervangen door een welkoms knuffel. Mijn Spaanse woordenschat werd al snel aangevuld met woorden als hoofd, schouders, knie en teen. De kinderen kregen gratis eten en leerden knutselwerkjes maken die hun ouders konden verkopen. Dit om te voorkomen dat zelf als verkoper, bedelaar of dief op straat terecht zouden komen. Na enkele dagen kende ik de namen van de twintig kinderen wel uit mijn hoofd, zij hadden nog steeds moeite met de mijne…
Je zag natuurlijk wel aan ze dat ze het moeilijk hadden thuis. Dat bleek ook wel uit de informatie die we los konden krijgen van de begeleidsters, de dronken vaders die hun kinderen kwamen brengen en de nieuwe spullen die zo af en toe spoorloos verdwenen. Armoede, daar waren ze wel aan gewend, maar toch was iedereen altijd vrolijk en hadden ze dromen over lerares of politieagent worden. De kinderen die op straat schoenen poetsten, souvenirs verkochten of met hun blinde opa op de stoep zaten te bedelen waren hun vrolijkheid allang kwijt en zochten hun geluk in het zakje lijm dat ze altijd in hun handen hadden. Een klein beetje aandacht en een klein beetje geld betekenden voor de kinderen van de opvang al dat ze de kans hadden op een andere, betere toekomst. En om dat te geven hoef je echt geen Oscarwinnende regisseur te zijn.
Op de laatste dag van mijn reis zat ik in de bus en stonden we in de file, door het raam zag ik de sloppenwijken tegen de bergen gedrukt. Getoeter schrikt me op, de Utrechtse file rijders zijn ongeduldig. Langzaam trek ik op en vraag me af hoe het zou zijn met de kinderen in Santo Thomas.

DH 16 maart 2006

 

naar boven